Zandkoliek : hoe vermijden ???

Het gebeurt maar zelden dat paarden zomaar zand eten. Toch stapelen de meeste paarden heel wat zand op in hun darmstelsel door het grazen op zanderige paddocks of door het eten van krachtvoeder vanop de grond.

In streken met zanderige grond, nemen paarden tijdens het grazen ook het zand op dat aan de wortels van het gras blijft kleven. Paarden die vanop de grond worden bijgevoederd, kunnen zand opnemen als ze de laatste graankorrels of laatste hooisprietjes willen verorberen. Zelfs paarden die gevoederd worden in emmers of eetbakken zullen het gemorste voedsel van de grond af opeten. Door het opgenomen zand kunnen de darmen verstopt raken waardoor koliek kan ontstaan.

Zand dat opgenomen werd samen met het voedsel zal grotendeels door het darmkanaal passeren en uitgescheiden worden samen met de mest. Tijdens deze passage kan het zand de darmwand echter beschadigen. Deze beschadiging kan leiden tot diarrhee, gewichtsverlies en koliek. Het opgenomen zand kan in plaats van door het darmkanaal te passeren, ook opgestapeld raken in het darmkanaal. Hierdoor zal de darmmotiliteit verstoord raken. Uiteindelijk zal ook de vertering niet meer normaal kunnen verlopen. Het vertragen van de darmpassage leidt op zijn beurt naar nog meer opstapeling van zand in de darm. In de meest erge gevallen zal deze opstapeling leiden tot een volledige blokkage van het darmstelsel met koliek als gevolg.

Koliek veroorzaakt door zandopstapeling in de dikke darm is ook in onze streken een relatief vaak voorkomend probleem. Waarom het zand bij sommige bij sommige paarden oorzaak is van koliek, terwijl andere paarden ook veel zand in hun darmen dragen zonder problemen, is niet duidelijk te verklaren.

Als het zand voor problemen zorgt, zal dit voornamelijk ter hoogte van de dikke darm zijn. Het zand passeert vrij snel doorheen maag en dunne darm. Eens in de dikke darm vertraagt de passage waardoor het zand de tijd krijgt om uit te zakken en op te stapelen.

Diagnose

De eenvoudigste manier om na te gaan of er zand in de mest van een paard aanwezig is, is deze mest op te lossen in water. Neem een staal mest met een rectale handschoen (of plastic zak) en keer die binnenste buiten waardoor de mest in de handschoen komt te zitten. Voeg water toe en vermeng de mest en het water. Na goed schudden dient de handschoen opgehangen te worden. Door de zwaartekracht zal het zwaardere zand eerst uitzakken en zichtbaar worden in de vingertoppen van de handschoen (zie foto 1).

Deze test bewijst dat het paard zand heeft opgenomen en dat er zand met de mest is meegekomen doorheen het darmkanaal. Het vertelt ons echter niets over het feit of er nog meer zand in de darm aanwezig is en of dit aanleiding zal geven tot het ontstaan van koliek. Echter als er constant zand in de mest wordt aangetroffen, is het ook zeer aannemelijk dat er nog zand in de dikke darm aanwezig is.

Er bestaan ook andere manieren om vast te stellen of er zand aanwezig is in de darm. Door de buik te beluisteren met de stethoscoop kan de dierenarts het zand horen bewegen. Het geluid dat hierbij te horen is, klinkt als de zee die over het strand rolt. Of deze geluiden hoorbaar zijn, zal echter afhangen van de plaats waar het zand zich bevindt en van de hoeveelheid zand aanwezig.

Het zand zal ook zichtbaar zijn op een radiografisch onderzoek (zie foto 2), als een dense witte massa onderaan in de buik.

Niet alle paarden met zand in het darmkanaal zullen koliek ontwikkelen. Sommigen hebben eerder diarrhee en gewichtsverlies. Deze diagnose stellen is vaak een grote uitdaging gezien deze symptomen door tal van aandoeningen kunnen veroorzaakt worden. Het is belangrijk een duidelijke diagnose te hebben om ook een geschikte behandeling in te kunnen stellen. In deze gevallen kan radiografie behulpzaam zijn bij het stellen van de diagnose door het aantonen van zand in de darm. Het radiografisch beeld kan ook een idee geven over de grootte van de ophoping.

Ook echografisch onderzoek kan gebruikt worden alhoewel dit niet zo’n goede, betrouwbare resultaten geeft.

Behandeling:

De behandeling kan zowel medicamenteus als chirurgisch zijn. In die gevallen waar zandopname niet kan vermeden worden is het aan te raden de paarden vezelrijke voedingsadditieven toe te dienen. Hierbij denen we in de eerste plaats aan psyllium of vlozaad. Na opname zwelt het psyllium op, hierbij neemt het ook zand op en neemt het dit zand samen met de mest. Psyllium is dus een laxerend middel wat ook in de humane geneeskunde wordt gebruikt. Psyllium bevat vezels die de zandaccumulatie kan helpen voorkomen. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat normale paarden reeds veel vezels opnemen met een normaal rantsoen. Het toevoegen van het psyllium zal de totale hoeveelheid opgenoemn vezels dus niet aanzienlijk verhogen. Een bijkomend probleem is dat het psyllium in het darmkanaal ook kan verteerd worden waardoor de effectiviteit daalt.

Bij sommige paarden zal psyllium zeer goede resultaten opleveren en bij andere paarden geeft het helemaal geen effect. In ieder geval mag de behandeling niet uitsluitend gebaseerd zijn op het (preventief) toedienen van psyllium. Indien er geen andere maatregelen genomen worden om de zandopname te verminderen, kan er toch nog steeds zand opgestapeld raken in het darmkanaal. Indien er psyllium wordt toegediend, is het belangrijk om dit niet continu dagelijks te doen. Het maagdarmstelsel van het paard zal hier immers aan gewend raken en het psyllium grotendeels verteren. Bij continue toediening zal het psyllium dus geen effect meer hebben op het aanwezige zand. Het is aan te raden het psyllium bijvoorbeeld één week per maand dagelijks toe te dienen door het te mengen onder het normale krachtvoeder rantsoen.
Alternatieve middelen om zandkoliek te behandelen zijn bijvoorbeeld minerale olie, magnesium sulfaat en andere laxerende middelen. Tot op heden is het niet echt duidelijk welk product best werkt. Het effect verschilt trouwens van geval tot geval. Gelukkig zijn deze middelen vrij ongevaarlijk en eerder goedkoop. Uitproberen van de verschillende middelen tot het gewenste effect wordt bekomen is de boodschap.

In geval van erge koliek welke niet reageert op een medicamenteuze behandeling, zal operatie de oplossing kunnen bieden. De uitkomst van deze chirurgische ingreep is meestal zeer goed. Zelden treden complicaties op. Hoe uitgebreider de zandophoping echter is, hoe moeilijker de chirurgie verloopt. Dit door het gewicht van de dikke darm. Tijdens de chirurgie wordt het zand manueel uit de darm gespoeld. Voor het sluiten van de darm kan er psyllium rechtstreeks in het darmkanaal aangebracht worden om de restanten zand verder te verwijderen.

Voorkomen is beter dan genezen.

Er zijn verschillende manieren om zandopname te voorkomen. Zeker daar waar paarden op een zanderige bodem staan of van de grond af moeten eten, zijn voorzorgsmaatregelen aangewezen.

Voederen uit emmers of eetbakken, hooi vanuit een hooirek en niet op de grond, zijn twee manieren om zandopname te beperken.

Nog beter is het op de voederzone te bedekken met rubbermatten. Zo voorkom je zandopname bij het opeten van gemorst krachtvoeder.

Verder kan, zoals hoger reeds uitgelegd, preventief psyllium toegediend worden (1 week/maand). Ook andere laxatieve middelen kunnen hiervoor gebruikt worden.

Ten slotte is het raadzaam om regelmatig een mestonderzoek uit te voeren. Indien blijkt dat er zand in de mest aanwezig is, kan u best uw dierenarts consulteren.