|
Westnile Virus Ook in West Europa een mogelijke bedreiging voor mens en paard !!! |
||
Het West Nijl Virus (WNV) komt al lang voor in Afrika en Oost-Azië bij mensen. Tot voor tien jaar werd niet gedacht dat het virus een verwekker zou kunnen zijn van hersen- en ruggenmerg onsteking bij paarden. Doch in de jaren negentig werden erge uitbraken van deze ziekte beschreven bij paarden in Marokko, Italië, Frankrijk en Israël. De meest dramatische uitbraak vond plaats in Amerika, waar de ziekte in 1999 opdook rond New York en zich vervolgens over het hele continent verspreidde, waarbij zowel dodelijke slachtoffers te betreuren vielen bij mensen als bij paarden (Center for Disease Control and Prevention). Ook werden daarna infecties gerapporteerd uit Canada, Midden- en Zuid-Amerika In september 2008 werd een uitbraak bij paarden bevestigd in de noordoostelijke provincie Ferrara in Italië en werden in Oostenrijk dode vogels aangetroffen besmet met het West Nijl virus. |
||
Het West Nijl Virus Veel vogels dragen het virus zonder dat ze ziekte symptomen vertonen. De ziekte kan zich uiten bij kraaien, raven, Vlaamse gaaien, duiven, tamme ganzen en andere vogelsoorten. Bij de zoogdieren worden zenuwsymptomen vooral bij de mens en paarden aangetroffen. Infecties werden ook gezien bij eekhoorns, konijnen, katten, honden, een wolf, schapen, geiten en vleermuizen. Muizen, hamsters en rhesus apen kunnen experimenteel besmet worden. De incubatie periode bij de mens bedraagt 3 tot 14 dagen, bij paarden 5 tot 15 dagen. Muggen verspreiden het virus. Vogels zijn het reservoir. Trekvogels kunnen het virus in nieuwe gebieden introduceren. Directe overdracht van mens naar mens, van mens naar paard, of van paard naar paard werd nog niet opgemerkt. Het virus werd in zeldzame gevallen via bloedtransfusies en orgaantransplantaties verspreid tussen mensen. |
![]() |
|
Symptomen Bij 80% van de mensen veroorzaakt de infectie geen ziekte symptomen, bij 20% van de geïnfecteerde mensen gaat de ziekte gepaard met griep-achtige verschijnselen zoals koorts, hoofdpijn, lusteloosheid en spierpijn. Algemene zwakte, weinig eetlust, misselijkheid en braken kunnen ook voorkomen. De meeste infecties zijn na 3 tot 6 dagen voorbij. In erge gevallen, gelukkig maar bij ongeveer 1% van de besmette mensen, kunnen zeer hoge koorts, nekstijfheid en zenuwsymptomen voorkomen zoals hersenverschijnselen, verlammingen, gebrekkige coördinatie, oogpijn, zenuwpijn, ataxie of stuipen. Bij sommige uitbraken werden ook ontsteking van de hartspier, alvleesklier en lever opgemerkt. Bij paarden kan de ziekte zonder syptomen verlopen, doch bij de grote uitbraak in Amerika liepen 25 tot 40% van de ziektegevallen fataal af. Bij een besmetting met het West Nile virus komen bij ongeveer 1 op 9 paarden klinische symptomen voor. De meest voorkomende symptomen zijn een lichte verhoging van de rectale temperatuur: 39.0-39.5 °C, slechte tot geen eetlust en futloos uitzicht. Van de besmette paarden krijgt een veel hoger percentage zenuwverschijnselen (tot 35%) in tegenstelling tot de mens. Veel paarden vertonen periodes van hypergevoeligheid en angst, soms worden ze zelfs agressief. Ataxie en zwakte van één of meerdere ledematen komen heel vaak voor. Spiertrillingen worden vaak opgemerkt. Sommige paarden zakken plotseling gedeeltelijk of volledig door hun benen of vertonen een blijvend verstoord gedrag met soms coma. Sommige paarden kunnen niet meer zelf recht gaan staan Andere zenuwverschijnselen die soms worden opgemerkt zijn:een slappe tong, scheef stand van de mond, scheef gehouden hoofd, moeilijkheden om te urineren of een verstopping in de endeldarm. Af en toe worden koliek of kreupelheid waargenomen. Nadat de eerste klinische symptomen zijn verdwenen komen bij ongeveer 30% van de paarden opnieuw ziektesymptomen voor na 7 tot 10 dagen. Als het zieke paard zeer veel verbeterd is binnen de 3 tot 7 dagen, zal het paard grote kans hebben op volledig herstel na 1 tot 6 maanden. Er wordt in de Amerika melding gemaakt van blijvende gedragsveranderingen, zwakte, ataxie en verminderd prestatievermogen bij 40% van de paarden die zenuwverschijnselen vertoond hebben. De diagnose Van West Nile kan gesteld worden aan de hand van bloed- en of weefselonderzoek. In West Europa bestaan niet zo veel infectie ziekten die direct het centraal zenuwstelsel van het paard aantasten. De meest voorkomende is het Rhinopneumonie virus. De minder frekwent voorkomende virussen Hondsdolheid- en Borna kunnen ook zenuwsymptomen bij paarden veroorzaken, alsmede de zeer zeldzaam voorkomende zenuwvorm van de bacteriële infecties droes en Listeria. Bacteriële infecties na breuken in de schedelbeenderen of trauma ter hoogte van de wervels kunnen ook zenuwsymptomen veroorzaken. Opname van toxinen die buiten het lichaam geproduceerd worden, zoals bij botulisme en vergiftiging met Lolitrem B worden nu en dan vastgesteld bij paarden met zenuwverschijnselen |
||
Preventie Muggenbestrijdingsmiddelen, ventilatoren in de stallen, goede en regelmatige reiniging van de stallen, muggenbroedplaatsen vermijden, en algemene goede hygiëne zijn erg belangrijk. Houd paarden binnen in het muggenseizoen van zonsondergang tot zonsopgang, wanneer de muggen het meest actief zijn. Vermijd dat wilde vogels in de stallen kunnen komen. Het opzetten van een goed signaleringssysteem om West Nijl infecties zo snel mogelijk te ontdekken tesamen met de beschikbaarheid van een goed vaccin in Europa zijn noodzakelijk om drama's zoals in de Verenigde Staten van Amerika te voorkomen. |
Vaccins voor paarden tegen West Nijl virus. |
|
![]() |
![]() |
|