Controle van de passieve immuniteit bij het pasgeboren veulen.


Normale veulens worden immunocompetent geboren. Net zoals een volwassen paard zijn zij in staat een normale immuunreaktie op te bouwen. Vermits zij in utero niet in contact komen met vreemde antigenen, wordt echter geen immuunrespons uitgelokt en is er dus ook geen significante aanmaak van antistoffen. Daarenboven heeft de merrie een placenta van het epitheliochoriale type die geen doorsijpeling van antistoffen naar de foetus toelaat. Een veulen wordt bijgevolg geboren met uiterst weinig tot geen circulerende immunoglobulines, wat we ‘immunologisch naïef’ noemen.

Onmiddellijk na de geboorte komt het veulen in contact met allerhande vreemde antigenen waarop hij reageert met de produktie van immunoglobulines. Deze kunnen reeds aangetoond worden binnen de eerste tot tweede levensweek, maar bereiken pas na 2 maand een significant niveau. Deze twee maand van tijdelijke immunodeficiëntie wordt in normale omstandigheden overbrugd door de passieve opname van antistoffen vanuit het colostrum.
Een tekort aan antistoffen kan ontstaan door een onvoldoende opname (merrie zonder biest bij vroeggeboorte, verlies van colostrum door premature laktatie of veulen te zwak om te zuigen) of door een onvoldoende absorptie van immunoglobulines (malabsorptie bij zieke veulens). Om een tekort aan antistoffen tijdig te diagnosticeren, kan de dierenarts beroep doen op allerhande commerciële testkits, de ene al nauwkeuriger dan de andere. Toont een dergelijke test een duidelijk tekort aan antistoffen aan, dan dient een aangepaste behandeling ingesteld te worden. Binnen de eerste uren na de geboorte kan beroep gedaan worden op een orale supplementatie van antistoffen, doch bij veulens ouder dan 6 tot 8 uur is de intestinale absorptie van antistoffen vrijwel nihil en dient men dus over te gaan tot de intraveneuze toediening van plasma. Hiervoor kan de behandelende dierenarts beroep doen op onze plasmabank.

DE 10 WETENSWAARDIGHEDEN OVER GEBREKKIGE OVERDRACHT VAN PASSIEVE IMMUNITEIT BIJ HET NEONATALE VEULEN


1/ Een merrie maakt alleen gedurende de laatste 2 weken van de dracht colostrum = biest aan. Tijdens die periode worden antistoffen uit het bloed “gefilterd” naar de uier.

2/ Speciale darmcellen in de dunne darm van het pasgeboren veulen absorberen antistoffen uit het colostrum door pinocytose en brengen ze naar het bloed van het veulen.

3/ De dunne darm van het veulen absorbeert de meeste antistoffen tijdens de eerste vier tot acht levensuren. Op 16 uren ouderdom is er geen sprake meer van absorptie maar van vertering.

4/ De hoofdoorzaken van een gebrekkige overdracht van antistoffen van de merrie naar het veulen zijn:

* biest met te weinig antistoffen

* te weinig tot geen biest aanmaken

* “melk”verlies voor de geboorte

* veulen heeft geen zin om te zuigen of is te slap

* merrie laat niet zuigen

* slechte absorptie in de darm van het veulen.


Foto rechts : een pasgeboren veulen zuigt bij zijn/haar moeder. De biest heeft een licht gele kleur en blijkt plakkerig te zijn: hooi plakt aan de snorharen van het veulen.


5/ Zelfs in goed georganiseerde stoeterijen heeft +/- 20 % van de veulens op 16 uren ouderdom een tekort aan antistoffen.

6/ Veulens met een tekort aan antistoffen hebben een verhoogd risico om ziek te worden en /of te sterven aan infecties zoals: navelontsteking, opgezette gewrichten, diarree.

7/ Een screening op 12 uren ouderdom spoort veulens met te weinig afweerstoffen in het bloed tijdig op zodat er preventieve verzorgings- en/of managementmaatregelen kunnen genomen worden.

8/ Veulens met een tekort aan antistoffen zouden intraveneus hyperimmuun plasma moeten krijgen zodat ze met voldoende immuniteit kunnen opgroeien. Afhankelijk van het tekort wordt 1 à 3 L plasma intraveneus toegediend ter preventie van ziekte.

9/ Het plasma wordt liefst zo snel mogelijk na vaststelling van een tekort gegeven. Elke dag langer zonder voldoende afweer, maakt de kans groter om ziek te worden. Als het veulen al ziek is, moet men minstens het dubbele aan plasma geven: zieke veulens = “plasmavreters “ en stijgen de kosten.

10/ De antibiotica in het “veulenspuitje” werken meestal slechts één dag, de antistoffen in het plasma optimaliseren gedurende 3 maanden de immuniteitsstatus van het veulen.

MANAGEMENTS MAATREGELEN

1/ Als een veulentje 2 uren na de geboorte niet vlot recht springt en /of niet alleen zuigt bij de merrie, is deskundige diergeneeskundige hulp aangewezen.

2/ Zelfs bij een “ogenschijnlijk” gezond veulen wordt best op 12-18 uren ouderdom bloed afgenomen om de antistoffen te laten meten

HET METEN VAN DE ANTISTOFFEN ( = IgG)


1/Glutaraldehyde coagulatietest

De glutaraldehyde vormt een gel met de IgG in het serum. Hoe sneller gelvorming, des te meer IgG. Als er geen stevige gel gevormd is na 8 minuten, dan heeft het veulentje minder dan 800 mg Ig/dl bloed.

Kenmerken :

- goedkoop
- minder specifieke test : behalve de IgG zijn ook hemoglobine, figrinogeen, albumine en acute ontstekingseiwitten in de gelvorming betrokken.


2/de Snap Foal IgG test ( Idexx)

De kleurontwikkeling van het test serum is evenredig met de hoeveelheid IgG erin. Vervolgens wordt de kleurintenstiteit vergeleken met deze van een serumstaal met 400mg/dl en 800 mg/dl.

Kenmerken :

- duurder
- zeer specifieke test: uitsluitend de IgG in het bloed worden gemeten
Beide testen krijgen in de literatuur een zeer gunstige beoordeling ( AAEP proceedings/vol 49/2003/p 301)






INTERPRETATIE VAN DE TESTRESULTATEN

* IgG gehalte in het bloed < 400 mg IgG/dl bloed : slechte immuniteitstatus
* IgG gehalte in het bloed 400-800 mg IgG/dl bloed : dubieuze immuniteitstatus
* IgG gehalte in het bloed > 800 mg IgG/dl bloed : voldoende antistoffen

PLASMA MANAGEMENT

* Presentatievorm van het plasma : plastiek zakje met 800 ml diepgevroren paardenplasma

* Bewaring: bewaar op -25 ° C in diepvriezer en ingepakt laten in noppenplastiek tot gebruik; maximaal 3 jaar !

* Ontdooien: NOOIT in microgolf, maar langzaam ontdooien in warm water van max. 40 °C; absoluut controle van deze temperatuur vereist !! Voeg regelmatig warm water bij zodat temperatuur constant blijft Tijdsduur: 120-150 min.

* Eens het plasma ontdooid is bewaren in koelkast en ten laatste binnen de 24 uren gebruiken

Gebruik:

* ontdooid plasma opwarmen tot lichaamstemperatuur. Niets toevoegen aan het plasma

* Indien nodig, veulen lichtjes sederen met valium

* Prepareer rechter jugularisstreek: scheren, scrubben, locale verdoving, nogmaals scrubben en onstmetten

* 16 G catheter steken en vasthechten

* infuus traag beginnen en monitoren op allergische reacties (treden zeer zelden op; indien dit het geval is dit zeker melden aan de plasmaproducent (!) en zeer lage dosis niet steroïdale antiinflammatoire ontstekingsremmers toedienen.