|
UROPERITONEUM BIJ HET VEULEN
Dr. Miet Van Roy, Dierenkliniek De Morette |
||
|
Uroperitoneum is tamelijk frequent de oorzaak van buikpijn en ongemak bij neonatale veulens.
Deze medische term wil zeggen dat er urine in de buikholte zit omwille van een lek in de urinewegen. Deze lek kan zich bevinden op 4 verschillende anatomische plaatsen. De urineblaas is de plaats waar de lek het meest frequent voorkomt, bij ongeveer 0,05% tot 1% van de neonatale veulens. Zowel merrie- als hengstenveulens kunnen er last van hebben, maar de praktijk leert ons dat hengstenveulens duidelijk meer kans hebben op een blaasletsel. De drie andere plaatsen van urine lekkage zijn de urachus, de ureters en de urethra. |
![]() |
|
![]() |
Letsels in de ureters (buis van nier naar blaas) en urethra (buis van blaas naar buitenwereld) zijn gewoonlijk aangeboren, terwijl lekken in de urachus (buis van blaas naar navel, alleen aanwezig bij pasgeborenen) veroozaakt worden door langdurig persen of door een infectie ter plaatse. In dit artikel wordt een lek in de urineblaas uitvoeriger besproken.
De Engelse term voor deze aandoening is a ruptured bladder. In het Nederlands gebruikt men nogal eens de letterlijke vertaling geruptureerde blaas of blaasscheur. Automatisch denkt men dan aan een echte scheur, maar het lek in de urineblaas kan ook eenvoudigweg een gaatje zijn. (zie foto hiernaast). Het defekt bevindt zich meestal aan de bovenkant van de blaas omdat daar de blaaswand van nature minder stevig is. |
|
|
Etiologie
De exacte oorzaak van een lekkende blaas, kent men niet. De literatuur vermeldt volgende mogelijke oorzaken:
Symptomen en onderzoek Veulens met een lekkende blaas kunnen een normaal gedrag vertonen gedurende een variabele periode na de geboorte. Een gezond veulentje plast zeer vaak, dikwijls na het zuigen bij de merrie. De urine is zeer doorzichtig, bijna zoals water. Een hengstenveulen urineert voor ' t eerst binnen de 10 levensuren, een merrieveulen binnen de 2 levensuren. De eerste symptomen die optreden zijn een versnelde ademhaling en een licht opgezet, min of meer peervormig buikje. Afhankelijk van de grootte van het lek worden deze symptomen gezien op 2 dagen tot 6 dagen ouderdom. Sommige veulens urineren normaal, anderen nemen een houding aan om te urineren en persen, maar er komt geen urine. Nog andere veulens plassen telkens zeer kleine hoeveelheden. Als de buikholte meer gevuld geraakt met urine, voelt het veulen zich slechter. De merrie staat met een volle uier en laat melk lopen, omdat haar veulen niet meer zuigt. Het veulen gaat zeer veel liggen en rolt zich op de rug met de beentjes naar boven (kolieksymptomen). Het ademt sneller en oppervlakkiger en de peervormige buik is overduidelijk. Bij grondig klinisch onderzoek vindt men nog meer abnormaliteiten: snelle hartslag, zwak geslagen pols en een golfslag bij balloteren van het buikje |
||
![]() |
Het echografisch onderzoek van de buikholte zal het vermoeden bevestigen. Op het scherm van het echografietoestel ziet men een dunne buikwand, een grote hoeveelheid zwarte vloeistof ( de urine) en daarboven drijven de darmen. (zie foto hiernaast) Soms ziet men de gescheurde blaaswand, maar soms ook niet. Urine in de blaas sluit niet uit dat er geen blaaslek is. Het lek kan immers helemaal bovenaan in de blaas zijn en zodoende kan de blaas zich met een tamelijke hoeveelheid urine vullen vooraleer ze begint te lekken. |
|
Vervolgens kan men een buikpunctie doen : een injectienaald van bepaalde diameter wordt door de buikwand gestoken. Een helder, lichtgeel vocht komt eruit . Bij opwarmen ruikt dit vocht naar ammoniak. Een labo-analyse bevestigt dat dit urine is : zeer hoge concentratie van creatinine, calcium- carbonaatkristallen en een laag soortelijk gewicht. |
![]() |
|
|
Behandeling De behandeling van een veulen met een blaasruptuur gebeurt best in kliniekomstandigheden. De blaas zal chirurgisch gehecht moeten worden, maar dit aspect van de behandeling is zelden hoogdringend. Eerst en vooral moeten de levensbedreigende abnormale bloedparameters genormaliseerd worden. Het veulentje krijgt een catheter in de halsvene waarlangs vloeistoffen en medicatie worden toegediend om de bloedparameters binnen de fysiologische grenzen te krijgen. Dit kan enkele uren tot een tweetal dagen tijd vragen. Er wordt ook een permanente blaassonde gestoken die aan de penis wordt vastgehecht, zodat de urine spontaan kan wegvloeien. ( zie foto hieronder). De urine in de buikholte wordt best via een buikpunctie zo snel en zo veel mogelijk verwijderd. Hiervoor plaatst men een tepelsonde en/of verschillende naalden door de buikwand waarlangs de urine wegvloeit. (zie foto hieronder) Dit moet meestal een aantal keren herhaald worden vooraleer men aan de operatie kan beginnen. Het is soms verwonderlijk hoeveel urine uit het buikje loopt, 7 à 8 liter is niet zo uitzonderlijk. Door de urine uit de buikholte te verwijderen, verdwijnen de gifstoffen sneller uit het bloed, kan het veulen beter ademen en daardoor de anesthesie beter doorstaan. |
||
![]() |
||
Zowel ervaring uit de praktijk als de literatuur leren ons dat kleine blaasdefecten kunnen genezen zonder operatie. Gedurende twee weken vloeit urine voortdurend uit een permanente blaassonde en ondertussen groeien de wondranden van het lek aan elkaar. Dit zijn eerder uitzonderingsgevallen. In het merendeel van de gevallen, wordt het defect tijdens een operatie gehecht. Tegenwoordig is dat ook via een minimaal invasieve kijkoperatie mogelijk (laparoscopie; zie foto). Om het risico op een tweede blaasruptuur te verkleinen of om lekken langs de hechtnaad te voorkomen, blijft de permanente blaassonde ter plaatse tot enkele dagen na de operatie.
|
![]() |
|
|
Als de medische stabilisatie voor de operatie lukt en de operatie gebeurt steriel, dan is de prognose voor een veulen met een lekkende blaas zeer gunstig. Urine in de buikholte geeft geen reactie op het buikvlies en dus geen buikvliesontsteking. Uit het voorgaande blijkt dat ook een gezond veulen met voldoende antistoffen de eerste levensweek best extra aandacht krijgt. Een blaasruptuur is één van de problemen die geen enkele fokker/paardeneigenaar verwacht in de eerste dagen na de geboorte van een gezond, sterk veulen, maar kan uw veulen op een sluipende manier in een levensbedreigende situatie brengen. |
||