Zieke veulens : thuis behandelen of doorsturen ??

Er moet steeds grondig afgewogen worden of een ziek veulen thuis verzorgd kan worden of beter onmiddellijk wordt doorgestuurd voor intensieve zorgen. Een snelle, accurate behandeling is telkens primordiaal.

De prognose is onbetwistbaar beter en de kostprijs veel lager bij veulens die (vroeg)tijdig worden doorgestuurd.

Gezonde veulens drinken 7 maal per uur bij de merrie. Bij veulens die gevoed worden met een fles dient (zeker bij de zwakke, zieke veulens) initieel elke 2 uur melk gegeven te worden. Bovendien mag de merrie niet vergeten worden. Om de melkproductie op gang te houden dient de uier minstens elke 2-3 uur volledig leeggemolken te worden.

Het behandelen van intensieve veulentjes vraagt daarom naast de nodige kennis en kunde van dierenarts ook zeer gemotiveerde eigenaars met een goed klinisch inzicht.
Wanneer zieke veulens door te sturen?

Liefst zo snel mogelijk!

Indien geen geschikte helpers aanwezig zijn of indien niet op een relatief propere manier gewerkt kan worden, kan het veulen best zo snel mogelijk doorgestuurd worden zonder kostbare tijd te verliezen.

Indien mogelijk toch de eerste essentiële zorgen toedienen:

o Vochttherapie: bij dehydratatie of patiënten in shock kan 1-3 liter vocht IV toegediend worden alvorens door te sturen.

o Antibiotica: alvorens door te sturen reeds antibiotica toedienen verhoogt de kans op slagen bij septicaemische patiëntjes

o Veulen warm houden: beentjes bandageren en het veulen met een deken of lamp warm houden

In de auto of trailer?

Indien het veulen snel getransporteerd dient te worden is de koffer van een auto vaak nog de beste en snelste oplossing. De merrie dient gesedeerd te worden (combinatie van alfa 2-agonist en acepromazin). Terwijl het veulen met de auto wordt weggebracht, kan door de eigenaar transport voor de merrie gezocht worden.
Indien beiden tezamen vervoerd worden, wordt het veulen best voor de merrie gelegd. De merrie dient niet te kort te worden aangebonden en kan indien nodig eveneens met een lage dosis ACP en een alfa2-agonist gekalmeerd worden.


Eerste zorgen

* Biest of geen biest?
Veulens die nog een goede zuigreflex vertonen kunnen biest drinken uit een schaaltje of een fles. Opletten voor aspiratie pneumonie bij het geven van papflesjes aan veulens! Een kommetje of schaaltje is veiliger.
In de eerste 6 uur zou een veulen 1-1,5 liter biest moeten krijgen. De volgende dagen dient een veulen tussen de 20 -25% van het lichaamgewicht te drinken. Dit wil zeggen dat een 50kg wegend veulen 10-12 liter melk per dag dient te drinken.

Bij veulens zonder zuigreflex dient eerst bedacht te worden of hun spijsverteringsstelsel wel voldoende werkt. Zijn er darmgeluiden aanwezig, heeft het veulen reeds gemest, enzovoort? Indien dit het geval is kan het veulen gesondeerd worden en kan per keer maximum 500 l biest gegeven worden.

Bij premature veulens waar het spijsverteringstelsel maturiteit mist en bij septicaemische of PAS veulens waar vaak een ileustoestand aanwezig is doet een grote hoeveelheid biest vaak meer kwaad dan goed. De melk gaat fermenteren in de maag en darmen en veroorzaakt koliek en diaree. Bij dergelijke veulens dient niets (dus ook geen medicatie) oraal gegeven te worden. Deze patiënten hebben steeds een intensieve verzorging nodig (hyperimmuun plasma, parenterale voeding enz.)

* Antibiotica ?
Hoe sneller een veulen met septicaemische symptomen antibiotica toegediend krijgt hoe beter. Uit humane studies blijkt dat het uitstellen van antibioticatherapie de prognose drastisch doet dalen bij deze patiëntjes.
In de bijlage zijn verschillende antibiotica opgesomd welke bij veulens kunnen gebruikt worden.

* Rectale enema's ?
Bij meconiumimpacties dient men er steeds aan te denken dat deze veulens in vele gevallen niet voldoende biest hebben opgenomen en dus zeer gevoelig zijn voor infecties. Ze zijn door het persen bovendien gepredisponeerd voor blaasrupturen.
Enema's of rectale lavementen kunnen preventief/curatief toegediend worden. Fleet* of Microlax* kunnen de mucosa irriteren en de voorkeur gaat uit naar een zachte zeepoplossing of een acetylcysteïne oplossing. Dit wordt toegediend met behulp van een zeer zachte foleycatheter. De oplossing wordt best 15 min ter plaatse gelaten. Een krampwerend product kan best terzelfdertijd gegeven worden.

* Vochttherapie ?
Intraveneuze vochttoediening is bij zieke veulens die niet of te weinig drinken absoluut noodzakelijk.

Een 16G catheter dient op een steriele wijze geplaatst en vastgehecht te worden.
Er dient bij voorkeur vocht gegeven te worden dat weinig natrium bevat (bv Normosol*, Plasmalyte*, Hartmann*, etc.). NaCl 0,9% is geen geschikt infuus voor een veulen!

Afhankelijk van de dehydratatie/hypovolemie kunnen bolussen van 0,5 tot 1 liter snel gegeven worden. Meestal is minder dan 3 liter nodig om een verbetering in mentale toestand en perifere perfusie te zien. Indien dit niet het geval is dient inotrope therapie gestart te worden.

Een glucose infuus dient gegeven te worden om in energie te voorzien.

Het doorsturen van een veulen met een blaasruptuur:

Veulens met een blaasruptuur vormen een uitzondering op de algemene regels van vochttherapie bij veulens.

Het hoge kalium gehalte van urine vormt een levensgevaarlijke bedreiging voor het veulen. Het doel van de initiële therapie is om het kaliumgehalte in bloed te laten dalen. 0,9% NaCl met 5% glucose is bij deze veulens het infuus bij uitstek.

Een urinesonde dient op steriele wijze geplaatst te worden. Indien de buik te gezwollen en de ademhaling bemoeilijkt is kan thuis reeds een buikpunctie uitgevoerd worden om de aanwezige urine te verwijderen.
De hoeveelheid toegediend vocht dient minstens even groot te zijn als de hoeveelheid vocht dat via abdominocenthese wordt verwijderd.

Bijlage: Antibiotica bij veulens

Ceftiofur: 10mg/kg 4x/dag IV (best in 0,9%NaCl infuus over 20min)
Cefquinome: 1mg/kg 2x/dag IV
Amikacine sulfaat: 25mg/kg 1x/dag IV
Na-penicilline: 22 000 IU/kg 4x/dag IV
Na-Ampicilline: 50-100mg/kg 4x/dag IV
Gentamycine: 8,8mg/kg 1x/dag IV (nefrotoxisch, dus liever vermijden!)
Metronidazole: 15mg/kg 4x/dag PO


Voor verdere informatie contacteer :

Dr. Stijn Teysen, DVM

stijn.teysen@demorette.be


Dr. Katrien Palmers, DVM

katrien.palmers@bosdreef.be

Dierenkliniek De Morette : +32 (0)24 54 10 00

Dierenkliniek De Bosdreef: +32 (0)93 46 76 18