|
MAANBLINDHEID
Maanblindheid wordt in medische termen ook 'Equine Recurrent Uveitis', of ERU genoemd. Uveïtis is een ontsteking van de inwendige oogstructuren (meestal zijn het de voorste delen van het oog, het hoornvlies, de voorste oogkamer en de iris). Indien deze ontsteking zich meer dan een keer voordoet, dan spreekt men van recurrente (terugkerende) uveïtis. Een gelijkaardig probleem werd al in de Romeinse tijd door Vegetius beschreven (in de vierde eeuw). Initieel dacht men dat het probleem ontstond ten gevolge van veranderingen in de maan, vandaar de nog steeds gebruikte naam 'maanblindheid'. Tot vandaag bestaat er nog steeds veel onduidelijkheid over de exacte oorzaak van de ziekte en de mechanismen die deze in stand houden, maar een verband met de cyclus van de maan wordt tegenwoordig uitgesloten. Voorkomen |
|||
|
ERU is een vaak voorkomend probleem en DE belangrijkste oorzaak van blindheid bij het paard. Exacte gegevens voor europa ontbreken, maar in de verenigde staten zijn naargelang de onderzochte populatie naar schatting tussen 8-25% van de paarden aangetast. De financiële gevolgen van de ziekte zijn zeer hoog door onderbreking van de training, verminderde prestatie en diergeneeskundige kosten. Het totaal wordt geschat op een jaarlijks bedrag van 1miljard Amerikaanse dollars. Bepaalde rassen (appaloosa's en warmbloeden) zijn meer gevoelig dan anderen. Maanblindheid kan op elke leeftijd ontstaan, maar een piekleeftijd voor de eerste aanval van de ziekte is rond 4-6 jaar. Meestal is maar 1 oog aangetast, maar beiderzijds voorkomen wordt regelmatig aangetroffen. Bij appaloosa's kunnen tot 80% van de gevallen bilateraal zijn. |
Een appaloosapaard met recurrente uveïtis. Merk de kleine pupil (pijl) en de verkleuringen in de iris (double pijl) . |
||
|
Oorzaak ERU is een immuun-gemedieerde ziekte, resulterend in aanhoudende of terugkerende aanvallen van oogontsteking. De eerste stimulus voor het ontstaan van de ontsteking is vaak onbekend, maar meestal reageert het lichaam met een overgevoeligheidsreactie tegenover een bepaalde infectieuze agent. De meest voorkomende bacterie die met de ziekte geassocieerd wordt is Leptospirose, maar meerdere andere oorzaken zijn mogelijk.
|
|||
|
Symptomen De klinische symptomen van de ziekte zijn variabel. De meest uitgesproken tekens van een acute aanval zijn verhoogde traanproductie, roodheid en zwelling van de oogslijmvliezen, knipperen en (deels) dichthouden van het oog. Deze symptomen zijn echter niet specifiek en kunnen ook bij verschillende andere pijnlijke oogproblemen voorkomen. Zeer kenmerkend voor uveïtis is het klein worden van de pupil (miosis), die weinig of niet op licht zal reageren (gemakkelijk te zien bij het schijnen van licht in het oog in een donkere omgeving). Andere symptomen zijn o.a.: wolkvorming of bloedslierten in het oog, oedeem van het hoornvlies (blauwe schijn), kleurveranderingen van de iris, verklevingen tussen inwendige oogstructuren, secundaire ontwikkeling van cataract (lenstroebeling) of glaucoma (verhoogde oogdruk). |
|
||
![]() |
|||
|
Paard met chronische recurrente uveïtis. Merk de kleine, onregelmatige pupilopening (gele pijl) en de inwendige verklevingen (rode pijl). Diagnose De diagnose van ERU zal in de eerste plaats berusten op de geschiedenis van het paard en de klinische symptomen. Een grondig ofthalmoscopisch onderzoek door een dierenarts is belangrijk. Het instellen van een verkeerde behandeling kan namelijk ernstige gevolgen hebben. Indien het paard een cornealetsel heeft (bvb door aan zijn oog te schuren door de pijn), zal hij een heel andere behandeling nodig hebben dan voor uveïtis. Indien mogelijk, zal de dierenarts de oorzak voor het ontstaan van de ziekte proberen te vinden. Bloedonderzoek voor het opsporen van antistoffen tegen Leptospira en andere infectieuze agentia kan hierbij helpen, maar de interpretatie van de resultaten is niet altijd gemakkelijk. Niet alle paarden die positief testen op Leptospira hebben een oogprobleem, en vaak kan Leptospira niet meer in het bloed aangetoond worden, maar wel in het oog. Een staal van intraoculaire vloeistof is meer betrouwbaar, maar het bekomen van dergelijke stalen is niet zonder risico. Hiervoor moet het paard voor een korte periode onder algemene anesthesie worden gebracht, waarna een fijne naald in het oog wordt gestoken en een klein hoeveelheid vocht wordt geaspireerd. Behandeling De doel van de behandeling is het controleren van de ontstekingsreactie en het limiteren van permanente veranderingen aan het oog met behoud van gezichtsvermogen van het betrokken oog. Indien mogelijk moet de oorzaak van het probleem behandeld worden (bvb een gekende bacteriële of parasitaire infectie). Medische behandeling : o Is meestal levenslang ! Zelfs wanneer de klinische symptomen verdwenen zijn is er een hoge kans dat het plots stopzetten van de behandeling tot een nieuwe (en mogelijks ergere) aanval zou leiden. Het is daarom zeer belangrijk om het afbouwende schema van uw dierenarts nauwkeurig op te volgen. o De behandeling van acute gevallen bestaat uit een agressieve toediening van lokale medicatie : corticosteroïden (enkel indien geen cornea-ulceratie aanwezig is !!!), antibiotica en mydriaticum (= medicatie om de pupil open te houden). Meestal worden er ook orale ontstekingsremmers toegediend, en indien nodig antibiotica tegen bacteriële infectie. o Om het aanbrengen van medicatie in het oog meerdere malen per dag te vergemakkelijken kan er een catheter onder het ooglid gestoken worden om de oogdruppels van op afstand toe te kunnen dienen. o In ernstige gevallen kan een subconjunctivale injectie van langwerkende corticosteroïden gebruikt worden (in het slijmvlies achter de cornea). Chirurgische behandeling : o Een recent ontwikkelde techniek voor het controleren van uveïtis is een implantaat van Cyclosporine A dat onder de sclera (oogwit) wordt ingebracht. Het werkt als een pomp en geeft constant kleine concentraties van het geneesmiddel af. Dit resulteert in een regulatie van de ontstekingscellen in het oog. Het effect is bij de meeste gevallen zeer gunstig en langwerkend, maar het nadeel is dat niet alle paarden geschikte kandidaten zijn voor deze operatie. Het paard moet algemeen gezond zijn, het oog moet nog een goede gezichtsvermogen hebben en geen andere secundaire veranderingen vertonen zoals bvb. cataract. Deze techniek zou bovendien enkel effectief zijn bij paarden waarbij de ziekte goed onder controle gehouden kan worden met medicamenteuze behandeling. o Vitrectomie is een operatie waarbij de vitreus (glasachtig lichaampje, een geleiachtige substantie tussen de lens en het netvlies) vernietigd en verwijderd wordt van het oog. Hierdoor worden ontstekingsproducten, geactiveerde immuuncellen en eventuele aanwezige Leptospira bacterieën geëlimineerd. Deze operatie lijkt betere resultaten te leveren bij Europese warmbloeden dan bij Appaloosa's en Quarter Horses in de Verenigde Staten. De reden hiervoor is onbekend. Mogelijks moeten we het als twee verschillende ziektentiteiten bij deze twee groepen paarden beoordelen. o Het laatste redmiddel, indien andere behandelingstechnieken niet meer effectief zijn, is een enucleatie, of chirurgische verwijdering van het oog. Een blind oog dat pijn veroorzaakt bij het paard kan best zo snel mogelijk verwijderd worden. Prognose Samengevat is de prognose voor het behoud van het gezichtsvermogen van een paard met ERU gereserveerd tot ongunstig. Meestal keren de aanvallen terug met toenemende frequentie en agressiviteit. De eigenaar speelt een belangrijke rol in het bepalen van de evolutie van de ziekte. Dagelijks nauwlettende observatie van het oog, tijdig bellen naar de dierenarts en het volhouden van de nodige arbeidsintensieve behandeling kan de ziekte voor langere periodes helpen controleren. |
|||