EQUINE MOTOR NEURON DISEASE

GRASS DISEASE/GRASS SICKNESS OF EQUINE DYSAUTONOMIE

Twee frappante aandoeningen van het zenuwstelsel bij paarden

De laatste jaren worden meer patiënten aangeboden met Equine Motor Neuron Disease (EMND). Deze aandoening doet de dierenarts dadelijk denken aan een andere ziekte, namelijk Grass Disease (GS) .

Gewichts- en spiermassaverlies gepaard met zweten en spierrillingen zijn de meest in 't oog springende symptomen van beide aandoeningen. Doch de echte oorzaak ligt in het centrale zenuwstelsel, vandaar de naam neuro-musculaire (zenuw-spier) aandoeningen.

Bij GS zijn de zenuwcellichamen in de darmwand en van het autonome zenuwstelsel (ganglia) aangetast en en bij EMND functioneren de zenuwcellichamen in het ruggemerg abnormaal.

GRASS SICKNESS = GRASS DISEASE = EQUINE DYSAUTONOMIE

Deze aandoening is het eerst herkend in Schotland rond 1907. Omdat de ziekte een belangrijk deel van de paarden in het leger en de landbouw trof, werden de symptomen en het klinisch verloop veelvuldig en zeer gedetailleerd beschreven. Naargelang de ergheid van de symptomen en het verloop spreekt men van acute, subacute en chronische grass sickness.

Bij acute gevallen van grass sickness vertoont het paard plots tekenen van buikpijn. Het krabt met de voorbenen, staat rusteloos, gaat liggen en rolt , geeuwt,…. Het voelt zich ongemakkelijk. De rechter flank zet langzaam op en het dier kijkt meermaals pijnlijk naar zijn rechter buikwand. Bij echte pijnstoten laat het zich brutaal op de grond vallen. Het paard begint te zweten en vertoont spierrillingen aan de schouders en flanken Het “ speelt” met zijn lippen met water maar echt drinken is er niet bij. De rectale temperatuur is normaal maar kan evengoed verhoogd zijn tot 39.5°C. De bijgeroepen dierenarts neemt de hartfrequentie. Deze is vaak niet evenredig met de ergheid van kolieksymptomen. Enerzijds erge kolieksymptomen en normale tot licht verhoogde pols en anderzijds lichte kolieksymptomen met een polsfrequentie van meer dan 100 slagen/min. Bij auscultatie van de buik hoort de dierenarts geen darmgeluiden. Op de rechterflank kan hij “pinggeluiden” creëren. De dierenarts steekt een neus-slokdarm-maagsonde en uit de tube stroomt een grote hoeveelheid ( meer dan 10 L) bruingroen, slecht ruikend vocht.
Tijdens het rectaal onderzoek haalt de dierenarts kleine, harde mestbollen bedekt met slijm uit het rectum en dieper voelt hij harde, ingedroogde mestballen ( bijna een verstopping) en gans vooraan in de buikholte opgezette dunne darmen.. Deze paarden vertonen veel symptomen die aanleiding kunnen geven tot het uitvoeren van een exploratieve laparatomie.
Er is geen doeltreffende behandeling en het paard sterft binnen de 2 dagen na aanvang van de symptomen.

Foto 2 : de phenylefrine oogdruppels als diagnostische test voor paarden met GS.
Afhangende oogleden is één van symptomen van GS. In het rechteroog werden enkele phenylefrine oogdruppels gedaan. De hoek wimpers-bot is rechts groter dan links, het rechter ooglid hangt minder af. Het linker ooglid hangt meer af.

Bij subacute GS verdwijnen sommige symptomen en andere komen meer tot uiting: de pols is altijd wat verhoogd, geen terugvloei van maaginhoud, het paard eet niet en maakt geen mest en de ingedroogde mestballen in de dikke darm vormen een echte verstopping. Het paard wordt mager en na enkele dagen heeft het paard een opgetrokken - windhondachtige - buik. Omdat de bovenste ogenleden afhangen, heeft de eigenaar de indruk dat zijn paard constant hoofdpijn heeft. De algemene toestand verslechtert, meer zweten en spierrillingen en na een week sterft het paard.

Bij de chronische grass sickness zijn de klachten meestal een dramatisch, snel gewichtsverlies gedurende een 10 tal dagen en nadien een stabilisatie. Het paard heeft geen tot zeer wisselvallige eetlust, de huid voelt klammig en zweterig aan en erge tot matige spierrillingen geven de indruk dat het pijn of koud heeft. Sommige patiënten krijgen vieze korsten aan de neusgaten en een snuivende ademhaling, veroorzaakt door opgedroogd slijm in de neusgangen. Als men dit hoort, wordt een behandeling soms zeer moeilijk en kan euthanasie soms de enige uitweg zijn om het paard niet nodeloos te laten lijden. In rust plaatst het paard zijn vier benen onder zich, in beweging toont het zieke paard een slepende gang met zeer korte paslengte. Indien de ziekte blijft aanslepen, verbleekt de vacht, verliest het paard trager zijn wintervacht en ziet men kleine verspreide zones waarop de haren rechtop staan. Hoewel in het Verenigd Koninkrijk chronische patiënten succesvol worden behandeld, geeft de praktijk hier andere ervaringen.
Equine Motor Neuron Disease ( EMND)

Deze aandoening werd voor 't eerst beschreven in VS omstreeks 1990. De eigenaar zoekt medische hulp voor de volgende klachten: zijn paard is sterk vermagerd en heeft veel spieren verloren de laatste maand, het is plots beginnen rillen en zweten en ligt veel neer. Nochtans eet zijn paard alles wat aangeboden wordt en drinkt normaal tot iets meer. Bij nauwkeurige inspectie ziet de dierenarts een paard dat zijn hoofd lager houdt dan normaal, de patiënt trippelt van het ene op het andere achterbeen en de staart wordt verder van het lichaam gedragen. Als hij het paard aangebonden zet of in een kleinere ruimte ( bv opvoelbox) dan heeft de patiënt meer pijn: de spierrillingen en het zweten verergeren fel, de hartfrequentie stijgt tot meer dan 120 slagen /min. Allemaal uitingen van een erge, pijnlijke stress. Typisch voor deze aandoening is dat de patiënten zich beter voelen bij beweging en als ze rondgaan in hun box dan bij rustig stil staan. Een aantal patiënten heeft de neiging om zijn eigen mest op te eten en krijgt daardoor een zwart tandbeslag.

Foto : plaatsen waar een spierbiopt kan genomen worden om equine motor neuron disease (EMND) te bevestigen.

In het bloed zijn de spierenzymes licht verhoogd en is het vitamine E gehalte zeer laag. Bij navraag naar de leefomstandigheden van EMND paarden, komen dezelfde items terug. Geen tot weinig weidegras beschikbaar, zeer graanrijk dieet en hooi of voordroog van mindere kwaliteit, zijn risico factoren die de kans op EMND verhogen.

De meeste patiënten verbeteren dan ook spectaculair wanneer overvloedig vitamine E (6000IE / 500kg) in het voeder gesupplementeerd wordt, doch complete genezing blijft achterwege.

In tegenstelling tot GS, kan men het vermoeden van EMND voor 100 % bevestigen op het levende dier. Het zieke paard wordt gesedeerd en er worden twee spierstukjes uit de spier aan de basis van de staart genomen voor histologisch onderzoek. Dit lijkt eenvoudig, maar voor de specialist is het een lastige karwei: zoals gezegd, verergeren de spierrillingen en het zweten en de patiënt staat geen seconde rustig en ontspannen stil.

Beide aandoeningen worden intensief onderzocht, grass sickness in het Vereningd Koninkrijk en EMND in de Verenigde Staten. De vraag blijft echter waarom de zenuwcellichamen degenereren. Zolang daar geen eensluitend antwoord op komt, blijft het zoeken naar een efficiënte aanpak van de aandoeningen.

Raadpleeg ook : Equine Grass Sickness Fund