Wetgeving betreffende de bescherming van de consument dd. 1 september 2004
Hierna volgt enige nuttige informatie die we voor u gevonden hebben op het internet. De geciteerde tekst is van de hand van Dr. Rudy De Meester, dierenarts en Mr. R. Gielen, advocaat.

1 SEPTEMBER 2004 - Wet betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen

Implicaties voor onze klanten en patiënten

Je koopt een huisdier in goed vertrouwen en er gaat iets mis. Waar vroeger de consument enkel beschermd werd tegen sterfte door een paar infectieuze ziekten en voor de rest zijn toevlucht moest nemen tot 'verborgen gebreken', is dit in de nieuwe wetgeving heel wat uitgebreider geworden. Voortaan geldt de bescherming ook tegen alles wat afwijkt van wat hij redelijkerwijs had mogen verwachten of uitdrukkelijk is overeengekomen. Misschien een tip om deze wetgeving mee te geven aan wie vóór de aankoop om advies komt vragen of na aankoop in de problemen raakt.

Toepassingsgebied

Deze wet brengt de beginselen ten uitvoer van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen.
Let wel, deze wet is slechts van toepassing op overeenkomsten die zijn gesloten na haar inwerkingtreding, en dat was 1 januari 2005!
In het Burgerlijk Wetboek wordt het volgende lid ingevoegd: " De verkoper moet aan de koper een zaak leveren die met de overeenkomst in overeenstemming is. "
Hiermee wordt duidelijk hoe de vroegere term 'gebrek' geïnterpreteerd dient te worden. Het lijkt sterk op een objectieve aansprakelijkheid, waarbij het de bedoeling is de bewijslast voor de consument tot een minimum te beperken.
De bepalingen met betrekking tot de verkopen aan consumenten, zijn van toepassing op de verkopen van consumptiegoederen door een verkoper aan een consument. Voor de toepassing hiervan worden overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen consumptiegoederen eveneens als verkoopovereenkomsten beschouwd.
Met andere woorden: wanneer een verkoper in zijn publiciteit of in zijn contract aan een dier bepaalde eigenschappen toeschrijft, is hij hierdoor gebonden. Kindvriendelijke honden, goede waakhonden, prima spoorzoekers, honden vrij van heupdysplasie of andere erfelijke kenmerken… men zal het waar moeten maken. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de andere huisdieren.
Als bijvoorbeeld een drachtige hond verkocht wordt met de verzekering door de verkoper dat deze binnen vier weken drie jongen zal werpen, zal dat aantal moeten kloppen. Het staat echter niet onomstotelijk vast dat - zeker niet bij een vroeggeboorte bijvoorbeeld - een dood jong zal kunnen terug gevorderd worden op basis van deze wetgeving. De doodsoorzaak van het ene jong kan immers een externe en niet voorzienbare factor geweest zijn. Wanneer echter duidelijk blijkt dat de foetus reeds van in de beginperiode van de dracht moet afgestorven geweest zijn, kan de gegeven waarborg betwist worden. Dit wordt dan beschouwd als een gebrek dat door de professionele verkoper allicht gekend was of minstens had kunnen gekend zijn alvorens met zekerheid een dergelijke verkoop werd afgesloten. De goede trouw kan daar in twijfel getrokken worden. Een leek mag er immers te goeder trouw van uitgaan bij de aankoop van zijn drachtige hond dat de beloofde drie pups levend te voorschijn komen.
Wie bijvoorbeeld specifiek een sprekende papegaai wilde kopen en vaststelt dat noch na een half jaar, noch binnen de twee jaar enige zinnige taal uit de vogel is gekomen, kan zich als consument op deze wet steunen wanneer het dier aangekocht werd bij de professionele handelszaak. Er wordt echter niet uitgesloten dat betwisting kan ontstaan of de koper voldoende gecommuniceerd heeft met de vogel.


Definities

Hiervoor wordt verstaan onder:

1° " consument ": iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die geen verband houden met zijn beroepsactiviteit of zijn commerciële activiteit.
Het is duidelijk dat een hondenkweker die bij een andere kweker een hond koopt, niet onder deze wet valt, terwijl een particulier die een hondje koopt bij een kweker of handelaar, dit wel doet.

2° " verkoper ": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die consumptiegoederen verkoopt in het kader van zijn beroepsactiviteit of zijn commerciële activiteit.
Ook hier is duidelijk dat het om een commerciële activiteit moet gaan. Een particulier die een hondje schenkt of verkoopt aan een derde is niet verantwoordelijk volgens de criteria van deze wet.

3° " consumptiegoederen ": alle roerende lichamelijke zaken, behalve :
- goederen die in uitvoering van een beslag of anderszins gerechtelijk zijn verkocht,
- water en gas die niet marktklaar zijn gemaakt in een bepaald volume of in een bepaalde hoeveelheid,
- elektriciteit;
Onze huisdieren worden dus beschouwd als consumptiegoederen en vallen onder deze wet (zie kadertje).

4° " producent ": de fabrikant van consumptiegoederen, de importeur van consumptiegoederen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap of elke andere persoon die zich als producent voordoet door zijn naam, handelsmerk of enig ander onderscheidend teken op de consumptiegoederen aan te brengen;
Heel duidelijk is dit artikel: ook een importeur van honden uit het Oostblok is volledig verantwoordelijk en kan dit niet afwenden op iemand anders. Een groothandelaar die honden opkoopt bij verschillende fokkers, en ze op zijn naam te koop aanbiedt, is verantwoordelijk.

5° " garantie ": elke door een verkoper of producent tegenover de consument aangegane verbintenis om de betaalde prijs terug te betalen, of om de consumptiegoederen te vervangen of te herstellen, of om er zich op enigerlei wijze om te bekommeren, indien de goederen niet overeenstemmen met de beschrijving in het garantiebewijs of in de desbetreffende reclame;
Deze garantie komt bovenop de wettelijke garantie die wordt geboden in het kader van het KB erkenningsvoorwaarden voor handelszaken en fokkerijen (10 dagen garantie voor bepaalde ziekten).

6° " herstelling ": het consumptiegoed in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst, daarmee in overeenstemming brengen.
In welke mate een herstelling uitvoeren bij onze huisdieren mogelijk zal zijn, is onduidelijk. Mogelijk kan een operatieve ingreep bijvoorbeeld wel in aanmerking komen of bijvoorbeeld een training tot een bepaald gebruiksdoel.

Wat bedoelt de wetgever met " De verkoper moet aan de koper een zaak leveren die met de overeenkomst in overeenstemming is. "?

Voor de toepassing van deze wetgeving wordt het door de verkoper aan de consument geleverde consumptiegoed geacht slechts in overeenstemming met de overeenkomst te zijn, lees 'aan de rechtmatige verwachting van de consument tegemoet te komen' indien:

1° het in overeenstemming is met de door de verkoper gegeven beschrijving ervan en de eigenschappen bezit van de goederen die de verkoper aan de consument als monster of als model heeft getoond;
Bijvoorbeeld wanneer op de website van de verkoper prachtige rashonden te zien zijn, en de aangekochte pup blijkt later een kruising te zijn, is er een duidelijk gebrek aan overeenstemming.

2° het geschikt is voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat deze aan de verkoper bij het sluiten van de overeenkomst heeft medegedeeld en dat de verkoper heeft aanvaard;
Vandaar dat we aan de toekomstige consument moeten zeggen dat wat hij van de hond verwacht, ook in het contract moet opgenomen worden. Wanneer men een schotvaste jachthond wil, dan moet men dit melden en laten opnemen in het contract, tenzij elders in de publiciteit van de fokker staat dat hij alleen schotvaste jachthonden produceert.

3° het geschikt is voor het gebruik waartoe goederen van dezelfde soort gewoonlijk dienen;
Het gewoonlijke gebruik van huisdieren is erg voor interpretatie vatbaar en men maakt dan ook best duidelijke afspraken met de verkoper. Het gebruiksdoel van een huisdier is immers zeer variabel.

4° het de kwaliteit en prestaties biedt die voor goederen van dezelfde soort normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten, gelet op de aard van het goed en op de eventuele door de verkoper, de producent of diens vertegenwoordiger publiekelijk gedane mededelingen over de bijzondere kenmerken ervan, namelijk bij de reclame en de etikettering.

Het gaat om een weerlegbaar vermoeden. De bewijslast rust bij de consument. Hij dient aan te tonen dat het gebrek voortvloeit uit een gebrek aan overeenstemming op een van de bovenstaande vier vlakken.

De verkoper is niet gebonden door publiekelijk afgelegde mededelingen indien hij aantoont dat:
- bedoelde mededeling hem niet bekend was en hem redelijkerwijs niet bekend kon zijn,
- deze mededeling op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst was rechtgezet, of
- de beslissing tot aankoop van het consumptiegoed niet door deze mededeling kon beïnvloed zijn.

Belangrijk is wel dat een gebrek aan overeenstemming wordt geacht niet te bestaan als, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst, de consument het gebrek kende of redelijkerwijs daarvan op de hoogte moest zijn.
Met andere woorden: wanneer iemand op zijn website tophonden te koop aanbiedt, en er is er eentje tussen met een duidelijk afwijkende kleur, die al op het moment van de aankoop zichtbaar was (bijvoorbeeld een witte boxer), die aan de helft van de prijs wordt verkocht, dan moet de koper later niet argumenteren dat zijn witte boxer nooit bruin is geworden …


De garantietermijn

De verkoper is jegens de consument aansprakelijk voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestaat bij de levering van de goederen en dat zich manifesteert binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf voornoemde levering. De termijn van twee jaar bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist voor de herstelling of de vervanging van het goed of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking.

De garantieperiode is dus merkelijk langer dan de 10 dagen uit de dierenwelzijnwetgeving. De term 'redelijke termijn' voor de verborgen gebreken uit het Burgerlijk Wetboek wordt ook gespecificeerd. Het is belangrijk dat er een spoor van ingebrekestelling is dat aantoont dat binnen de voorziene periode van 2 jaar is gereageerd. Alleen een officiële ingebrekestelling bij aangetekend schrijven legt de datum onomstotelijk vast tegenover de datum dat het dier werd geleverd. De periode van twee jaar gaat in op het moment van levering, en niet op het moment van ondertekening van de overeenkomst.

De verkoper en de consument kunnen een termijn overeenkomen waarbinnen de consument de verkoper op de hoogte moet brengen van het gebrek aan overeenstemming, zonder dat die termijn korter mag zijn dan twee maanden vanaf de dag waarop de consument het gebrek heeft vastgesteld.

De rechtsvordering van de consument verjaart na verloop van één jaar vanaf de dag waarop hij het gebrek aan overeenstemming heeft vastgesteld, zonder dat die termijn vóór het einde van de termijn van twee jaar mag verstrijken.
Met andere woorden, wanneer je iets vaststelt, heb je nog een jaar om te reageren en dit tot uiterlijk twee jaar na de aankoop.

Manifesteert zich een gebrek aan overeenstemming binnen een termijn van zes maanden vanaf de levering van het goed, dan geldt tot bewijs van het tegendeel het vermoeden dat dit gebrek bestond op het tijdstip van levering, tenzij dit vermoeden onverenigbaar is met de aard van het goed of met de aard van het gebrek aan overeenstemming, door onder andere rekening te houden met het feit of het goed nieuw dan wel tweedehands is.

Dit artikel is natuurlijk van enorm belang voor gedragsafwijkingen, maar ook voor zaken als heupdysplasie, waarbij hier toch wel de verantwoordelijkheid bij de verkoper wordt gelegd. Hij zal moeten bewijzen dat de problemen niet bestonden bij aankoop. Het valt te verwachten dat de discussie hierover nog helemaal moet beginnen.


De schadeloosstelling

Naast desgevallend schadevergoeding, heeft de consument het recht van de verkoper die aansprakelijk is voor een gebrek aan overeenstemming, te eisen, hetzij de herstelling of de vervanging van het goed onder specifieke voorwaarden, hetzij een passende vermindering van de prijs of de ontbinding van de overeenkomst, overeenkomstig de in de wet omschreven voorwaarden.

Bij huisdieren waarmee men een persoonlijke band heeft opgebouwd, is een terugbetaling van een deel van of de gehele koopsom meest voor de hand liggend als schadeloosstelling. Er zijn evenwel nog andere alternatieven.
Desgevallend wordt er evenwel rekening gehouden met de verergering van de schade voortvloeiend uit het gebruik van het goed door de consument na het ogenblik waarop hij het gebrek aan overeenstemming heeft vastgesteld of zou hebben moeten vaststellen.

Men moet zo snel mogelijk reageren om vermindering van de schadeloosstelling door eigen schuld te vermijden.
In eerste instantie heeft de consument het recht om van de verkoper het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging van het goed te verlangen behalve als dat onmogelijk of buiten verhouding zou zijn. Elke herstelling of vervanging moet, rekening houdend met de aard van het goed en het door de consument beoogd gebruik, binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de consument verricht worden.

De kosten bedoeld in het vorige lid zijn de kosten die moeten worden gemaakt om de goederen in overeenstemming te brengen, namelijk de verzendingskosten en de kosten die verband houden met loon en materiaal.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een vorm van genoegdoening geacht buiten verhouding te zijn indien zij voor de verkoper kosten meebrengt die, vergeleken met de alternatieve vorm van genoegdoening onredelijk zijn, gelet op :

- de waarde die het goed zonder het gebrek aan overeenstemming zou hebben;
- de ernst van het gebrek aan overeenstemming;
- de vraag of de alternatieve vorm van genoegdoening concreet mogelijk is zonder ernstige overlast voor de consument.

In geval het gaat om huisdieren zal er door de rechter dienen uitgemaakt worden of de behandelingskosten in aanmerking komen. Het is mogelijk dat de rechter eenvoudig bepaalt dat een waardevermindering of ontbinding van het contract voldoende zijn. Vooral voor dure ingrepen of aandoeningen met slechte prognose of langdurige behandeling is dit te verwachten. Het is dan ook aan te raden geen dure behandelingen in te stellen tot dit is opgehelderd, tenzij men bereid is de kosten zelf te dragen.

De consument heeft het recht van de verkoper een passende prijsvermindering of de ontbinding van de koopovereenkomst te eisen:
- indien hij geen aanspraak kan maken op herstelling of vervanging, of
- indien de verkoper niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument de herstelling of de vervanging heeft verricht.

In afwijking van het eerste lid heeft de consument niet het recht de ontbinding van de overeenkomst te verlangen indien het gebrek aan overeenstemming van geringe betekenis is.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt elke terugbetaling aan de consument verminderd teneinde rekening te houden met het gebruik dat deze van het goed heeft gehad sinds de levering ervan.

Wanneer de verkoper jegens de consument aansprakelijk is uit hoofde van een gebrek aan overeenstemming, kan hij tegen de producent of tegen iedere contractuele tussenpersoon in de eigendomsoverdracht van het consumptiegoed, verhaal doen op grond van contractuele aansprakelijkheid waartoe deze producent of deze tussenpersoon met betrekking tot het goed is gehouden zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of op te heffen, hem mag tegengeworpen worden.

Met andere woorden: de groothandelaar die op zijn beurt de fokker verantwoordelijk stelt, moet in eerste instantie tegenover zijn klant zijn verantwoordelijkheid nemen. Kleine lettertjes doen geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid.
Elke garantie is bindend voor diegene die haar biedt volgens de in het garantiebewijs en de daarmee samenhangende reclame vastgestelde voorwaarden.


Wat moet er in de garantie staan?

De wet van 1 september 2004 verplicht de verkoper niet om een commerciële garantie te bieden, maar indien de verkoper zich op die manier op de markt profileert en zijn product aanprijst vanwege bepaalde kwaliteiten, moet dat product ook in overeenstemming zijn met het beloofde. Die garantie is niet vrijblijvend, maar bindend, mag geen afbreuk doen aan de wettelijke rechten van de consument en moet ondubbelzinnig in duidelijke taal zijn verkondigd.

In de garantie:
- moet vermeld staan dat de consument krachtens de toepasselijke nationale wetgeving betreffende de verkoop van consumptiegoederen wettelijke rechten heeft en moet duidelijk worden gesteld dat de garantie die rechten onverlet laat;
In het geval van huisdieren blijft de garantie voorzien in het KB erkenningen en de dierenwelzijnwet geldig.
- moeten in duidelijke en begrijpelijke taal de inhoud van de garantie en de essentiële gegevens vermeld staan die noodzakelijk zijn om van de garantie gebruik te kunnen maken, met name de duur en het geografische toepassingsgebied van de garantie, alsmede de naam en het adres van de garant.

Op verzoek van de consument moet de garantie hem schriftelijk of op een andere te zijner beschikking staande en voor hem toegankelijke duurzame drager beschikbaar worden gesteld.
Wanneer de verkoopovereenkomst schriftelijk is, behoudt ze in ieder geval de bovenstaande inlichtingen.

Indien een garantie niet conform de vereisten is, doet zulks op generlei wijze afbreuk aan het recht van de consument om de naleving ervan te eisen. Zulks geldt eveneens wanneer de garantie niet conform is aan de eisen voorzien in artikel 13, eerste lid, van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument.

Met andere woorden: ook al heb je het niet op papier, de garantie kan steeds worden ingeroepen. Te veel fokkers verwijzen nu naar de bepalingen van de dierenwelzijnwetgeving om elke andere garantie af te wijzen. Deze wet komt bovenop de andere wettelijke bepalingen. Een handelaar die adverteert uitsluitend gezonde dieren te verkopen, moet nadien niet vertellen dat hij enkel de wettelijke garantie op carré, hepatitis en parvo geeft.


Kunnen handelingen van een dierenarts onder de Wet van 1 september 2004 vallen?

Dierenartsen zijn ontegensprekelijk professionelen ten aanzien van bijvoorbeeld kleine huisdiereneigenaars en/of -bezitters, die alvast consumenten zijn.

Dit specifieke hoofdstuk in het Burgerlijk Wetboek ter bescherming van de consument geldt weliswaar niet tussen dierenartsen onderling, en evenmin in de relatie van dierenartsen met professionele hondenkwekers en -fokkers, noch ten aanzien van dierenartsen met bijvoorbeeld veehandelaren, die ook als professionelen moeten beschouwd worden.
In zoverre dierenartsen specifiek lichamelijke roerende zaken hebben verstrekt aan de consument, kan de consument hen op basis van deze wet aanspreken, zoals bijvoorbeeld met betrekking tot een verstrekt geneesmiddel. Stel dat een fokker oogdruppels kreeg voor zijn pup met de instructies van gebruik, waarbij achteraf blijkt dat de bewuste druppels oogletsels hebben veroorzaakt, die slechts onderkend werden na verloop van tijd. In dit geval zullen door de koper allicht de dierenarts én de hondenverkoper gedaagd moeten worden, gezien er geen relatie tussen beiden was en de aangekochte hond wel een oogletsel had.

Een operatie verricht door een dierenarts, al dan niet in opdracht van een cliënt bij een klein huisdier, kan niet onder die strenge garantieregels van de wet van 1 september 2004 ressorteren gezien de prestatie een inspanningsverbintenis inhoudt, de wet van de diergeneeskunde aangaat en geen 'roerend goed' als dusdanig betreft.

Er zijn echter wel handelingen verricht door dierenartsen die zouden kunnen kaderen in deze stringente wet zoals bijvoorbeeld de identificatie van een hond met geïmplanteerde chip in combinatie met een tot dat doel verstrekt document (registratiepaspoort).
Het implantaat is een lichamelijk roerend goed dat als geneesmiddel beschouwd wordt. Het implanteren is een diergeneeskundige handeling die tot een resultaatsverbintenis leidt, namelijk dat de cliënt mag verwachten dat het dier daarmee kan geïdentificeerd worden en dat de aangevraagde documenten ermee overeenstemmen. Een minimumvereiste is dat het chipnummer met het nummer op het document overeenstemt.
De aansprakelijkheid van de dierenarts tegenover de consument staat vast indien geen andere personen tussen kunnen komen. Indien derden manipulaties kunnen verrichten met een verstrekt registratiepaspoort, is duidelijk dat een dierenarts niet meer verantwoordelijk kan zijn voor de inhoud van wat hij heeft geattesteerd.
De dierenarts moet wel verzekerd zijn dat hij met betrekking tot de kwaliteit van de implantaten geen aansprakelijkheid kan oplopen. Vermits microchips onder het strenge toezicht van de geneesmiddelen vallen, is het allicht niet noodzakelijk dat een dierenarts zich bij de leverancier laat vrijwaren voor de kwaliteit van de implantaten (voor afstotingsverschijnselen bijvoorbeeld). Voorzichtigheid is toch aangewezen.


Lichamelijke roerende goederen

'Lichamelijk' betekent dat het tastbaar is. 'Roerend' houdt in dat het verplaatsbaar is. Een 'goed' is een zaak.

Een dier is een lichamelijk roerend goed.

Vanwege de verhandelbaarheid van 'lichamelijke roerende goederen' is 'de goede trouw' in de overdracht ervan niet weg te denken. Dit vormde een uitgangspunt bij het ontwerpen van de Europese Richtlijn. De Europese wetgever is ervan uitgegaan dat het professionalisme van de verkoper aan de consument een soort van blind vertrouwen mag verschaffen, in die zin dat deze mag overtuigd zijn dat het 'goed' dat hij heeft aangekocht, beantwoordt aan zijn verwachtingen. Die verwachtingen mogen niet beschaamd worden en het is dan ook zeer belangrijk als professionele verkoper duidelijk en schriftelijk de grenzen aan te geven van wat gewaarborgd wordt hetzij bij wijze van reclame hetzij bij wijze van een ander promotiemedium, hetzij bij wijze van een gegeven waarborg. Van zodra een tekort wordt opgemerkt en/of de terechte verwachting wordt beschaamd, spreekt men van een 'gebrek'.

In het gemeen recht maakte men vroeger een onderscheid tussen een verborgen en een zichtbaar gebrek. Het gemeen recht stemt overeen met wat er in het gewone burgerlijke wetboek van oudsher staat geschreven over koop/verkoop verrichtingen. De verkoper moest de koper 'vrijwaren' voor verborgen gebreken. 'Verborgen gebreken' zijn koopvernietigende elementen, die later optreden of verschijnen hoewel men ze niet kon vast stellen op het ogenblik van de aankoop. Het kan dus goed zijn dat de verkoper zelf geen kennis had dat de verkochte zaak een gebrek vertoonde, vermits het op dat ogenblik niet merkbaar was. De verkoper moet verzekeren dat wat de koper heeft aangeschaft overeenstemt met de verwachtingen van de koper in die zin dat het geschikt is voor wat het moet dienen. Wanneer elementen opduiken die de aangekochte zaak ongeschikt maken voor het gebruik waartoe men ze bestemt, of die dit gebruik zodanig verminderen, dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of slechts voor een lagere prijs zou gekocht hebben, gaat het om verborgen gebreken. Thans is dit onderscheid belangrijk omdat nog aanspraak kan gemaakt worden op verborgen gebreken, zelfs wanneer de periode van twee jaar is verstreken. Dit staat niet in de Europese Richtlijn, maar het staat de lidstaten vrij, strengere regels toe te passen die de consument een grotere bescherming bieden.


Wat als er geen overeenkomst bestaat?

Wanneer er geen overeenkomst bestaat tussen partijen, gelden de artikelen uit het Burgerlijk Wetboek aangaande de 'buitencontractuele aansprakelijkheid'.

'Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden.'

'Ieder is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke hij door zijn daad, maar ook voor die welke hij door zijn nalatigheid of door zijn onvoorzichtigheid heeft veroorzaakt.'

'De eigenaar van een dier, of, terwijl hij het in gebruik heeft, degene die zich ervan bedient, is aansprakelijk voor de schade die door het dier is veroorzaakt, hetzij het onder zijn bewaring stond, dan wel verdwaald of ontsnapt was.'

Met betrekking tot 'buitencontractuele aansprakelijkheid' onderzoekt de rechter gewoonlijk in welke mate er schade is en wie daaraan schuld heeft, of de schuld enkel toerekenbaar is aan diegene die aansprakelijk wordt geacht, of er een oorzakelijk verband bestaat en of eventueel externe factoren dat causaal verband verbreken.


Rudy De Meester
Met dank ook aan Mr. R. Gielen, balie Turnhout

Lees ook artikel met Juridische Uitspraken Inzake Heupdysplasie