Inleiding
In het Nederlandse TV-programma 'De Rijdende Rechter stonden twee partijen (fokster en haar pupkoopster) tamelijk geëmotioneerd tegenover elkaar. De pupkoopster moest haar Witte Herderpup laten inslapen vanwege ernstige HD gerelateerde pijnklachten en eiste haar aankoopsom van € 567,23 terug. De fokster daarentegen voelde zich dermate publiekelijk 'zwart' gemaakt, dat zij een schadevergoeding eiste ter grootte van hetzelfde bedrag. 'De Rijdende Rechter', mr. Frank Visser (in het dagelijkse leven Kantonrechter) veroordeelde de fokster tot de terugbetaling van de aankoopsom en wees de overige vorderingen af.
Overeenkomsten
In Nederland
1. Tussen de fokker en dekreuhouder bestaat een overeenkomst van 'dienstverlening' waarbij de ene partij zich verbindt om aan de dekreuhouder een zeker bedrag te betalen voor de diensten van de dekreu en de andere partij zich verbindt om tegen ontvangst van dat bedrag zijn dekreu de overeengekomen diensten te laten verrichten. Het is vaste jurisprudentie dat partijen in een overeenkomst zich moeten laten leiden door de 'gerechtvaardigde belangen' van de wederpartij. Een cruciaal belang van de fokker is dat de te bezigen dekreu vrij is van erfelijke gebreken. Indien dit niet het geval blijkt te zijn, schiet de dekreuhouder in zijn verbintenis tekort en kan de fokker de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden. De dekreuhouder is dan verplicht om aan de fokker de geleden schade te vergoeden.
2. Tussen de fokker en de pupkoper bestaat een koopovereenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om een pup te verkopen en te leveren aan de andere partij, terwijl deze zich verbindt om die pup tegen betaling van een zeker bedrag in eigendom te aanvaarden. Ook hier dienen de partijen zich te laten leiden door de 'gerechtvaardigde belangen' van de wederpartij. Een cruciaal belang van de pupkoper is dat de pup vrij van (erfelijke) gebreken wordt geleverd. In het juridische jargon wordt de pup aangemerkt als een 'roerende zaak' en de fokker als een 'producent'. Op de overeenkomst tussen de fokker en pupkoper is de productenaansprakelijk van toepassing die wordt geregeld in afdeling 3 van Boek 6 BW. Kort en goed is de fokker aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in de pup. De aansprakelijkheid van de fokker wordt verminderd of opgeheven naarmate de schade meer is veroorzaakt door de pupkoper.
3. Tussen de pupkoper en dekreuhouder bestaat geen enkele juridische relatie.
In België
1. In België zal tussen de fokker en de dekreuhouder evenzeer een overeenkomst bestaan, wat men hier als een "huur van diensten" zou kunnen typeren, waarbij de inhoud van het akkoord gelijkaardig kan zijn. Wat ze in Nederland de 'gerechtvaardigde belangen' noemen, heet bij ons de 'goede trouw' die als heilig mag beschouwd worden en expliciet verwoord werd in het Burgerlijk wetboek. Wanneer het voor de fokker van cruciaal belang is dat de te bezigen dekreu vrij is van erfelijke gebreken, zal hij wel een voorbehoud tot vrijwaring in de overeenkomst hebben opgenomen. Blijkt later dat de hond van de dekreuhouder niet de volmaakte vereiste fysische kenmerken heeft zoals rechtmatig mocht verwacht worden, kan een schadevergoeding gevorderd worden die in verhouding staat.
2. De relatie tussen de fokker en de pupkoper lijkt in België analoog als in Nederland. Er zal ook een koopovereenkomst gesloten worden waarbij de ene partij zich verbindt om een pup te verkopen en te leveren aan de andere partij, terwijl deze zich verbindt om die pup tegen betaling van een zeker bedrag in eigendom te aanvaarden. Vermits het ook hier om een overeenkomst gaat, weliswaar van koop/verkoop, geldt eveneens 'de goede trouw' die altijd heilig is. Een verkoper moet bovendien de koper vrijwaren voor verborgen gebreken (van oudsher in het gemene recht van koop/verkoop). Bovendien geldt de wet op de productaansprakelijkheid van 1991 die Europees geregeld werd. Thans geniet de consument van een nog betere bescherming en gaat het niet alleen meer om verborgen gebreken, waaronder erfelijke aandoeningen zouden kunnen ressorteren, maar om alle tekortkomingen waardoor het 'goed' niet in overeenstemming is met de overeenkomst.
3. Tussen de pupkoper en dekreuhouder bestaat geen enkele juridische relatie en zijn in feite de artikelen 1382-1386 uit het Burgerlijk wetboek van toepassing. Daarbij gaat de schadevergoeding zeer ver wanneer schade, schuld en het oorzakelijk verband kunnen aangetoond worden. In België zou de koper de dekreuhouder en de fokker solidair in gebreke kunnen stellen vanwege de tekortkomingen aan zijn pup. Wat het bemoeilijkt om het oorzakelijk verband aan te tonen, is de mate waarin de pupkoper mee verantwoordelijk is of kon zijn van de schade die hij beweert te hebben. Wanneer de koper een hond met stamboom heeft gewild, maar geen specifieke navraag deed naar de correctheid van de gegevens en de herkomst en bijvoorbeeld veel te goedkoop zijn hond heeft aangeschaft, treft hem een deel van de schuld omdat hij op dat vlak nalatig is geweest.
Het vonnis van 'De Rijdende Rechter
In Nederland
Bij het TV programma 'De Rijdende Rechter' treedt mr. Frank Visser op als 'bindend adviseur'. Aan de pupkoopster was door de fokster een Witte Herderpup geleverd die aan HD gerelateerde pijnklachten leed waardoor het dier op advies van de dierenarts moest worden afgemaakt. De pupkoopster vorderde de betaalde koopsom terug. De fokster ontkende de HD-verschijnselen niet, maar eiste een schadevergoeding ter grootte van de koopsom, omdat zij via het internet en anders 'zwart' was gemaakt.
De heupfoto's van beide ouderdieren waren door de Hirschfeldstichting beoordeeld met als resultaat HD-Tc. Daarmede voldeden de ouders aan het fokreglement van de rasvereniging.
Een broer van de vaderhond was HD positief bevonden. Op verzoek van 'De Rijdende Rechter' onderzocht een deskundige de heupgewrichten van een zusje van de ingeslapen pup en deze bleek eveneens te lijden aan een ernstige vorm van HD.
'De Rijdende Rechter' was van oordeel dat de fokster de koopsom aan de pupkoopster diende terug te betalen, omdat een ondeugdelijke hond was geleverd. Bijzonder is daarbij de overweging dat bij ontbinding van de overeenkomst voldoende is dat een hond is geleverd die niet de eigenschappen heeft die de koper op grond van de overeenkomst in redelijkheid mag verwachten. Het is dus niet nodig dat de verkoper daarvan een verwijt kan worden gemaakt. Al kan de fokker niets worden verweten omdat deze zich aan alle fokregels heeft gehouden, dan nog is die fokker gehouden de koopsom terug te betalen indien de pup gebrekkig is.
De fokster kan zich op haar beurt beraden over de wijze waarop de dekreuhouder rekening heeft gehouden met haar gerechtvaardigde belangen om een gezonde pup af te leveren aan de pupkoper.
Uit de Nederlandse jurisprudentie kunnen nog enkele uitspraken aangehaald worden met betrekking tot ondeugdelijke pups.
A. De Hoge Raad meende dat wanneer de fokker zijn uiterste best had gedaan, dus alle voorzorgsmaatregelen in acht genomen had en gefokt had volgens het fokreglement van de rasvereniging, dit volstond. Hij werd niet aansprakelijk gesteld, gezien men van hem slechts een inspanningsverbintenis mocht verwachten.
B. Een Kantonrechter meende dat als een leek een pup kocht, deze ervan mocht uitgaan dat het dier volledig gezond zou zijn. Wanneer na de aankoop bleek dat het dier afwijkingen vertoonde en bovendien bleek dat de fokker een bloedlijn gebruikt had waarin een erfelijke afwijking aanwezig was, werd aangetoond dat hij op die wijze enerzijds zelf een risico genomen had, anderzijds niet in het belang van de cliënt had gehandeld, en daarvoor dus verantwoordelijk was. De fokker werd zwaar beboet. Hij diende de aankoopsom van de pup terug te betalen, alsook alle gemaakte dierenartskosten en de kosten die met de crematie van de pup gepaard gingen, te vergoeden.
Het hangt ervan af over welke informatie de rechter beschikte om zich een totaalbeeld van het gebeurde te vormen. De schijnbaar tegenstrijdige uitspraken hangen volkomen af van de verstrekte informatie en van de bewijzen die kunnen geleverd worden. In Nederland leek de bewijslast voor de koper minimaal. Vermits de herdershond bij een professionele fokker gekocht werd, was het voldoende te stellen dat de koper de bedoeling had een volkomen gezonde herdershond te kopen zonder heupdysplasie, om het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst aan te tonen. Daarom volgde de schadevergoeding die alle kosten moest dekken.
Volgens 'De Rijdende Rechter' kwamen de aanvullende kosten voor de dierenarts, crematie etc. alleen voor vergoeding in aanmerking indien de fokker een 'gerechtvaardigd verwijt' kon worden gemaakt van het gebrek in de pup. Van een 'gerechtvaardigd verwijt' is sprake indien de fokster wist of in redelijkheid had moeten weten dat een erfelijke afwijking zoals HD in een of beide bloedlijnen aanwezig was. Wellicht is hierbij niet alleen de status van het te bezigen ouderdier doorslaggevend, maar dienen tevens die van de nestgenoten in acht te worden genomen.
Bij 'verkoop uit liefhebberij' moet in Nederland kennelijk ook de liefhebber/koper zich inspannen om zich goed te laten inlichten en informatie te verzamelen. Het merendeel der fokkers valt onder de categorie liefhebbers (minder dan vijf nestjes per jaar). In dit geval neemt de fokkerliefhebber een gelijkwaardige juridische positie in tegenover de koper/liefhebber.
De jurisprudentie ontwikkelt zich dus in het nadeel van de fokkers. Ook al worden alle fokregels nageleefd en kan de fokker geen enkel verwijt worden gemaakt, deze zal de koopsom aan de pupkoper(s) terug moeten betalen indien de pup niet voldoet aan de daaraan in redelijkheid te stellen eisen.
Indien de fokker wel een gerechtvaardigd verwijt kan worden gemaakt van het gebrek in de pup, dan zal deze opdraaien voor alle kosten van de pupkoper (dierenartskosten, crematie etc.). Mogelijks is het slechts een kwestie van tijd vooraleer tevens smartengeld moet worden betaald indien de fokker een gerechtvaardigd verwijt kan worden gemaakt.
In België
Veel uitspraken over de aankoop van pups die 'ondeugdelijk' waren, zijn in België niet bekend. Maar de Wet van 1 september 2004 zal daarin allicht verandering brengen.
In België zijn uitsluitend de Vredegerechten bevoegd met betrekking tot de verkoop van dieren. De consument zal naar de Vrederechter stappen, dus ook wanneer zij toepassing van de Wet van 1 september 2004 zal vragen. Professionelen belanden allicht bij de Rechtbank van Koophandel. Slechts wanneer tegen een vonnis van de Vrederechter beroep wordt ingesteld, zal de Rechtbank van Eerste Aanleg vonnissen.
Met betrekking tot de jurisprudentie in Nederland werd er niet verteld of er veel tijdverschil lag tussen de twee verschillende vonnissen. Een uitspraak van een Hoge Raad is alvast gezaghebbender dan van een lagere rechtbank. Er bestaat echter op het Europese vasteland geen precedentenrecht, niet in Nederland, ook niet in België. Deze bestaat wél in het Angelsaksische recht. Niettemin zijn in België de overwegingen van hogere rechtbanken doorslaggevend. Een rechter kan in België weliswaar vrij oordelen volgens de gegevens die hem worden aangebracht. Hij kan wel rekening houden met 'de overwegingen' van de hogere rechtbanken, maar hecht zich niet vast aan de uitspraken. Beschikt een rechter niet over alle informatie, is hij evenwel beperkt. Hij mag niet bij fantaseren wat hem niet werd voorgelegd. Vandaar dat er soms schijnbaar tegenstrijdige uitspraken worden gedaan.
Men mag ook niet vergeten dat rechterlijke uitspraken evolueren met hun tijd en naarmate de hoge technologische wetenschap en de vermeende deskundigheid van de professionele beroepsbeoefenaar meer en meer de evidentie wordt, zullen ook de veroordelingen strenger worden en evolueren van een aansprakelijkheid waarin schuld moet aangetoond worden naar een 'objectieve aansprakelijkheid.'
De uitspraak van "De rijdende rechter" lijkt ook in België voor de hand liggend. Een Belgische consument hoeft zich allerminst tevreden te stellen met een jonge herdershond die na enkele maanden de tekenen van heupdysplasie vertoont, een gebrek dat door een (professionele) fokker had moeten onderkend zijn. In België hoeft dan ook niet steeds de schuld van de fokker aangetoond te worden, wanneer vast staat dat de koper bewust een gezond dier wilde kopen en de volle prijs heeft betaald. De wetgeving rond verborgen gebreken stipuleerde dit reeds. In België zou dus allicht een gelijkaardig verdict geveld zijn. De fokker zou veroordeeld worden omwille van een 'objectieve' aansprakelijkheid omdat de consument erop had mogen vertrouwen een herderspup te krijgen die gezond is en aan alle voorwaarden van bijvoorbeeld de stamboom had moeten voldoen.
Op basis van de vroegere wetgeving zou de consument echter én de fokster én de dekreuhouder voor de Vrederechter moeten gedaagd hebben. Allicht zouden de erfelijke afwijkingen als verborgen gebreken beschouwd zijn. De relatie tussen de fokker en de dekreuhouder is wellicht professioneel, zeker wanneer het om honden gaat met stamboom. Daarbij mag verwacht worden dat de fokker een overeenkomst had gesloten met de dekreuhouder waarin hij het voorbehoud had gemaakt van de vrijwaring voor erfelijke afwijkingen. In België is quasi voorspelbaar dat beide gedaagden door de rechter zouden zijn veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding (die alle kosten zullen inhouden). Elke professioneel moet zich bewust zijn van de gevolgen die zijn handelingen kunnen meebrengen.
Voor de consument lijkt de procedure met de invoering van de wet van 1 september 2004 alvast eenvoudiger te worden. Waar deze vroeger én de fokker én de dekreuhouder moest dagvaarden om in rechte genoegdoening te krijgen, volstaat thans slechts de verkoper te dagvaarden die zelf maar moet zien op wie hij zijn schade verhaalt. Ook de bewijslast is veel minder zwaar om aan te tonen dat er geen overeenstemming is met de overeenkomst.
Gebaseerd op een artikel uit: "De Duitse Herdershond" van Mr. Rob Swarts
Met dank ook aan Mr. R. Gielen, balie Turnhout