Vasculaire ring anomalie bij een pup
Een teefje van 10 weken oud werd ons aangeboden met de klachten van chronisch braken en vermageren. Na een uitgebreide anamnese werd duidelijk dat de pup regurgiteerde, eerst direct na het eten, en enkele dagen later pas meerdere uren na opname van vast voedsel. Het dier werd hiervoor door de eigen dierarts behandeld met primperan en Clavubactin, zonder resultaat.

Een algemeen klinisch onderzoek bracht aan het licht dat de pup onderkoeld was (rectale temperatuur van 34,5 °C). De harttonen waren gedempt en op de longen waren erge reutels te horen. Tevens was de hond erg gedeshydrateerd en in soporeuze toestand. Ter hoogte van de halsstreek was een zachte indrukbare massa te voelen.

Na aanleggen van een infuus werd een laterale en dorsoventrale thoraxradiografie genomen. U vindt de opnamen hieronder en rechts ervan vindt u ter vergelijking de opnamen van een normale patiënt.


Op de VD-opname (links boven) is er een sterke alveolaire sluiering van het longveld met aanwezigheid van talrijke bronchogrammen en peribronchiale infiltraties. De hartschaduw is als dusdanig niet herkenbaar. Op de LM-opname (links onder) is de trachea zeer sterk naar beneden verplaatst, zowel in de hals als in de thorax en krijgen we de indruk van een met vocht gevulde massa te zien craniaal in de thorax.

Er werd tevens een echografie van de thorax en de hals uitgevoerd. Hierbij bleek inderdaad dat er craniaal in de thorax een met vrij echodens vocht gevulde massa aanwezig was die duidelijk in verbinding stond met de zwelling in de hals. In het vocht waren discrete hyperechogene spikkels te zien. Het hart vertoonde een licht gedilateerde indruk met een goede contractiliteit.

Wegens de slechte algemene toestand van het dier, de sterk gereserveerde prognose en economische limieten gesteld door de eigenaar, werd besloten de hond te laten euthanaseren.

Op de daaropvolgende autopsie werd duideljk dat het proximale deel van de slokdarm enorm gedilateerd was. De rest van het maag-darmstelsel leek anatomisch normaal. De longen waren gestuwd en pneumotisch van uitzicht. De structuren rond de slokdarm werden verder vrij geprepareerd en daaruit bleek dat een vasculaire ring anomalie de oorzaak van de slokdarmdilatatie was. Vermoedelijk ging het hier om een persisterende rechter aortaboog. Hierbij gaat de vierde embryonale boog de functioneele aorta worden in plaats van de rechter. Het ligamentum arteriosum van Botalli, dat loopt van de linker A. pulmonalis naar de anomaleuze rechter aortaboog veroorzaakte de slokdarmconstrictie. (Vast) voedsel kon desgevolgs niet naar de maag passeren en stapelde zich op in de slokdarm. In de finale situatie was er dus blijkbaar ook geen doorgankelijkheid voor vloeibaar voedsel meer.