Anesthesie bij de gezelschapsdieren
Voor nogal wat onderzoeken en uiteraard voor de operaties dient uw huisgenoot gesedeerd of zelfs helemaal onder anesthesie gebracht te worden . Om het risico dat er hierbij iets verkeerd gaat te minimaliseren, nemen we in Dierenkliniek De Bosdreef tal van maatregelen, zodat uw vriend geen nare ervaringen over houdt aan de ingreep.

Voordat uw dier zijn kalmeringsprik krijgt, zal een uitgebreid 'pre-anesthetisch onderzoek' plaats vinden. Hierbij wordt speciaal aandacht besteedt aan de ademhaling, hart en bloedcirculatie omdat deze systemen van vitaal belang zijn. In bepaalde gevallen en zeker bij oudere patiënten is het aan te raden vooraf een bloedonderzoek uit te voeren en zo de functie van bvb. lever en nieren in te schatten. Patiënten die hiermee problemen hebben krijgen een aangepast anesthesie-protocol, vermits ze bepaalde producten moeilijker kunnen verwerken.

Hoe verloopt een standaard-anesthesie ?

Indien het pre-anesthetisch onderzoek gunstig verlopen is en de patiënt op een veilige manier onder anesthesie gebracht kan worden, wordt in het geval van operaties eerst en vooral pijnstilling toegediend. Vooraf toegediende pijnstilling werkt vele malen efficiënter dan pijnstilling die gebruikt wordt op het ogenblik dat de pijn al niet meer te harden is.

Nadien wordt standaard een intraveneus 'waak'lijntje aangebracht. De catheter wordt hierbij grondig vastgemaakt zodat hij niet kan gaan verschuiven tijdens de ingreep. Zo waarborgen we een directe toegang tot de bloedsomloop om de bloedcirculatie tijdens de ingreep te ondersteunen met infuus en zonodig op een vlotte manier extra medicatie of pijnstilling te kunnen toedienen zonder dat er een extra (pijnlijke) prik voor uw vriend nodig is. Dit 'waak'lijntje kan van levensbelang zijn indien zich tijdens de narcose, ondanks alle voorzorgen, toch problemen zoals hartritmestoornissen of een ademhalingstilstand zouden voordoen. Dan hoeft de anesthesist niet in paniek naar een bloedvat op zoek te gaan en kan hij zich volledig concentreren op het toedienen van de juiste medicatie en het controleren van de respons en de vitale functies van de patiënt.

Eénmaal de intraveneuze lijn geplaatst is, kan de patiënt zijn kalmeringsprik (sedatie) krijgen. Indien u het wenst, kan u bij uw huisdier blijven tot hij zijn kalmeringsprik gehad heeft en deze voldoende ingewerkt is. Bij een aantal patiënten vermindert dit de stress die met de ingreep gepaard gaat en zal deze op een rustiger manier het inleiden van de anesthesie ondergaan. Hierdoor zijn ook minder narcose-middelen nodig en dat komt de veiligheid ten goede.

Op het ogenblik dat de kalmeringsprik voldoende ingewerkt heeft (vaak is dit al na één à twee minuten), kan de anesthesie ingeleid worden. In de meeste gevallen gebeurt dit door het toedienen van een kortwerkend anestheticum via de intraveneuze catheter. Bij andere patiënten wordt soms gekozen voor het inleiden van de anesthesie met een maskertje. De patiënt zal quasi ogenblikkelijk inslapen en de anesthesist heeft dan voldoende tijd om het verdere verloop van de anesthesie voor te bereiden.

In het geval van een totaal intraveneuze anesthesie betekent dit het aansluiten van een automatische infusiepomp waarin zich een mengsel van het slaapmiddel en infuusvloeistof bevindt. In het geval van een inhalatie-anesthesie betekent dit het aanbrengen van een buisje in de luchtpijp (tracheotube). Dit buisje is voorzien van een opblaasbaar ballonetje dat de luchtpijp hermetisch kan afsluiten zodat er geen braaksel of speeksel in de longen kan lopen tijdens de operatie. Langs dit buisje wordt dan het inhalatie-gas naar de longen en de bloedcirculatie gebracht. Ook in het geval van een totale intraveneuze anesthesie wordt er een tracheotube aangebracht, maar deze dient dan enkel om de longen van de patiënt te beschermen en tijdens de operatie zuurstof toe te kunnen dienen.
Nadat de anesthesie ingeleid is, wordt zo vlug mogelijk de bewakings-apparatuur aangesloten. In Dierenkliniek De Bosdreef bestaat deze standaard uit electrocardiogram, capnografie (ademhaling) en pulsoximetrie (zuurstofgehalte van het bloed), maar kan nog aangevuld worden met bloeddrukmeting en bloedgasanalyse. Tijdens de verdere anesthesie zal de anesthesist de patiënt regelmatig controleren op polsfrequentie- en polskwaliteit, kleur van de slijmvliezen etc.

Nogal wat verdovingsmiddelen werken vochtafdrijvend en daarom wordt enerzijds een intraveneus infuus aangelegd en anderzijds indien nodig een urinecatheter geplaast zodat een onverwachte urinelozing de ingreep niet kan compromiteren.

Ziezo, onze patiënt ligt klaar en kan verder voorbereid worden voor de ingreep. Het operatieveld wordt grondig gedesinfecteerd en de chirurg kan beginnen.

Nog vòòr het einde van de operatie wordt aanvullende pijnstilling toegediend, dit om een onaangenaam gevoel bij de patiënt zo veel mogelijk te vermijden en ervoor te zorgen dat hij op een rustige manier kan ontwaken. Eénmaal de patiënt voldoende wakker is, vaak al na een tiental minuten, wordt hij naar zijn verblijfplaats gebracht waar hij onder een lekker warme infraroodlamp verder zijn roesje kan uitslapen. Het infuus en de intraveneuze lijn worden pas verwijderd wanneer de patiënt klaar is om naar huis te gaan.